ECLI:NL:RVS:2025:308
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening in asielzaak
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 6 september 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Dit hogerberoepschrift werd echter niet tijdig ingediend; de termijn eindigde op 19 december 2024, terwijl het beroepschrift daarna werd ontvangen. De vreemdeling maakte geen gebruik van de mogelijkheid om redenen aan te voeren voor de late indiening.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het niet naleven van de beroepstermijn. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 29 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.