ECLI:NL:RVS:2025:31

Raad van State

Datum uitspraak
8 januari 2025
Publicatiedatum
8 januari 2025
Zaaknummer
202407855/1/V2 en 202407855/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-inbehandelingname

De vreemdeling heeft bij besluit van 14 november 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 13 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.

De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Tevens wijst zij het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken op 8 januari 2025 door voorzieningenrechter B. Meijer.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202407855/1/V2 en 202407855/2/V2.
Datum uitspraak: 8 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 13 december 2024 in zaak nr. NL24.44949 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 13 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7 en 7.1 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2025
309-1113