ECLI:NL:RVS:2025:3103
Raad van State
- Hoger beroep
- H.J.M. Besselink
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tijdelijke omgevingsvergunning grondopslag Schiphol
Schiphol Nederland B.V. kreeg op 12 juli 2018 een tijdelijke omgevingsvergunning voor het realiseren van een grondopslagvoorziening op een locatie in Haarlemmermeer, bedoeld voor maximaal 200.000 m3 grond die mogelijk verontreinigd was met PFOS.
RichPort en andere bedrijven, gevestigd nabij de opslaglocatie, maakten bezwaar tegen deze vergunning. Het college handhaafde het besluit en de rechtbank verklaarde het beroep van RichPort ongegrond. RichPort stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de vergunning inmiddels was verlopen en de opslagvoorziening was verwijderd. Schiphol had geen plannen voor hernieuwde opslag op die locatie. RichPort kon daardoor geen belang meer ontlenen aan het hoger beroep. Ook de door RichPort gestelde schade was onvoldoende onderbouwd en niet rechtstreeks gevolg van de vergunning.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.