Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3147

Raad van State

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
202503484/1/V2 en 202503484/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel

Appellanten hebben bij besluiten van 8 januari 2025 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie zijn afgewezen. Vervolgens hebben zij tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 12 juni 2025 de beroepen ongegrond verklaarde.

Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen grieven bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens was er geen zelfstandig bestreden oordeel dat de uitspraak van de rechtbank kon dragen.

Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

202503484/1/V2 en 202503484/2/V2.
Datum uitspraak: 10 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant A] en [appellant B],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 juni 2025 in zaken nrs. NL25.1191 en NL25.1198 in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 8 januari 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Een zelfstandig oordeel in de uitspraak van de rechtbank is namelijk niet met een grief bestreden, terwijl dit oordeel de uitspraak van de rechtbank alleen kan dragen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2025
625