ECLI:NL:RVS:2025:3150
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Op 29 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 juni 2025 dit beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze op goede gronden is genomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen, zodat nadere motivering achterwege kon blijven.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 10 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.