ECLI:NL:RVS:2025:3161
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenrecht
Bij besluit van 18 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 maart 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 niet mogelijk is, tenzij sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces. Dit was niet het geval.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens werd geoordeeld dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. H.G. Sevenster op 15 juli 2025.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.