ECLI:NL:RVS:2025:3162

Raad van State

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
202502601/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken procesbelang bij inschrijving universiteit

Appellant diende een verzoek tot inschrijving in voor de bacheloropleiding Fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen wegens het niet aantonen van betaling van het collegegeld. Appellant maakte bezwaar en verwees daarbij naar een machtiging voor incasso van het collegegeld. Naar aanleiding van het bezwaar werd appellant alsnog ingeschreven.

Het college van bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellant met zijn bezwaar reeds bereikt had wat hij beoogde, namelijk inschrijving. Appellant stelde weliswaar dat hij nadien niet langer ingeschreven wilde zijn, maar dit was niet het doel van het bezwaar.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar zich niet richtte tegen de inschrijving zelf en dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaarde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat appellant inmiddels was ingeschreven.

Uitspraak

202502601/1/A2.
Datum uitspraak: 3 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (hierna: het college),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 3 juli 2025 om 14:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter
griffier: mr. S. Yildiz
Verschenen:
[appellant];
Het college, vertegenwoordigd door mr. M.J. Wijnen-Verhoek
Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 25 maart 2025, waarbij het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het geschil betreft de vraag of het college het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
De Afdeling
verklaart het beroep ongegrond.
Daartoe overweegt zij het volgende.
[appellant] heeft een verzoek tot inschrijving ingediend voor de bacheloropleiding Fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Het college heeft dit verzoek aanvankelijk op 12 september 2024 afgewezen, omdat hij niet had aangetoond het collegegeld te hebben betaald. [appellant] heeft bezwaar gemaakt en daarbij gewezen op een afgegeven machtiging voor de incasso van het collegegeld. Naar aanleiding van het bezwaar van [appellant] is hij alsnog ingeschreven voor de door hem beoogde studie. Anders dan [appellant] betoogt, is met het bewijs van inschrijving en de e-mail van 24 oktober 2024 alsnog in positieve zin beslist op zijn verzoek tot inschrijving. Daarmee is het besluit van 12 september 2024 herroepen. [appellant] heeft dus bereikt wat hij met het maken van het bezwaar heeft beoogd, namelijk dat hij alsnog is ingeschreven. Hiermee is het college volledig tegemoet gekomen aan het bezwaar van [appellant]. Dat betekent ook dat, anders dan [appellant] betoogt, zijn bezwaar zich niet mede richtte tegen de beslissing om hem alsnog in te schrijven. Dat [appellant], om hem moverende redenen zoals hij zegt, nadien niet langer ingeschreven wenste te zijn, maakt dit niet anders. Zijn bezwaar was daarop namelijk wel gericht. Gelet hierop had hij geen procesbelang meer en heeft het college zijn bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Al het overige dat [appellant] heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden en laat de Afdeling onbesproken.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Yildiz
griffier
594