ECLI:NL:RVS:2025:3167
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht in zaak machtiging voorlopig verblijf
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Tegen dit vonnis hebben appellanten hoger beroep ingesteld. De griffier heeft appellanten herhaaldelijk verzocht het griffierecht te voldoen, met uiterste termijnen en waarschuwingen dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
Appellanten hebben het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen. Op hun verzoek om alsnog in behandeling te worden genomen is niet ingegaan, omdat de omstandigheden binnen hun risicosfeer vallen.
De Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.