ECLI:NL:RVS:2025:3169
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 25 april 2025 niet in behandeling genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 juni 2025 ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin soortgelijke rechtsvragen zijn behandeld, met name over de zorgvuldigheid van besluitvorming in Dublinprocedures en de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Gezien deze jurisprudentie en het ontbreken van nieuwe argumenten, verklaart de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigt zij het vonnis van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.