Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3200

Raad van State

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
202405307/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een verblijfsvergunning asiel. Tijdens de procedure verleende de minister van Asiel en Migratie alsnog de gevraagde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan verzoeker.

Hierdoor trok verzoeker het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de minister te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) proceskosten kunnen worden toegewezen indien de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen.

Gezien de verlening van de verblijfsvergunning achtte de Afdeling de minister aan verzoeker tegemoetgekomen en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van €907,00 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van €907 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens verlening verblijfsvergunning.

Uitspraak

202405307/1/V1.
Datum uitspraak: 16 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).
Procesverloop
Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. E. Arslan, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 augustus 2024 in zaak nr. NL24.26606
De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend.
Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft het hoger beroep bij brief van 24 april 2025 ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van Pro de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen; zie ook de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1.
2.       Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken nadat de minister hem alsnog de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
3.       Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.
w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Keizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025
716-1097