ECLI:NL:RVS:2025:3207
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen uitzetting na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 2 juni 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 juli 2025 ongegrond verklaarde. Hiertegen heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen waardoor de voorgenomen uitzetting van verzoeker op 16 juli 2025 wordt opgeschort. Dit omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken en het belang van verzoeker bij het voorkomen van uitzetting groot is.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 907,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 16 juli 2025 door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van verzoeker wordt opgeschort en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.