ECLI:NL:RVS:2025:3246
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens passend woonaanbod zonder acute medische noodzaak
Appellant huurde sinds 2014 een kamer en werd in juli 2021 uit zijn woning gezet, waarna hij dakloos werd. Hij vroeg eind juli 2021 een urgentieverklaring aan en vond eind augustus 2021 een kamer in een andere plaats. De urgentiecommissie vroeg medisch advies, waaruit bleek dat de huidige woonsituatie geen acute bedreiging voor zijn gezondheid vormde en een verhuizing niet medisch noodzakelijk was.
Het college wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening en Beleidsregels, omdat appellant over een passende kamer beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht de algemene weigeringsgrond toepaste en dat het medisch advies juist en volledig was. Het betoog van appellant dat het college niet volledig op zijn aanvraag had beslist, werd verworpen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.