Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3273

Raad van State

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000541
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

Appellant heeft bij besluit van 20 september 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde.

Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Echter richtte het hoger beroep zich niet tegen de inhoudelijke uitspraak van de rechtbank, aangezien appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel vellen.

Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De minister is niet gehouden proceskosten te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van H.G. Sevenster, op 18 juli 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog tegen de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

BRS.25.000541
Datum uitspraak: 18 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 mei 2025 in zaak nr. NL24.37548 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 20 september 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 1 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw Vennep, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van N. Tibold, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025
853-1163