ECLI:NL:RVS:2025:3284
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod na hoger beroep
Appellant heeft bij besluit van 25 maart 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tevens is bepaald dat appellant de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en is een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak van 2 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen heeft appellant hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.