ECLI:NL:RVS:2025:3296
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf jongvolwassene
Bij besluit van 13 september 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van appellant om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 22 december 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, dat op 22 juli 2024 werd afgewezen. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling is beantwoord in een uitspraak van 29 mei 2024. Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.