ECLI:NL:RVS:2025:3306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 30 mei 2025 in bewaring. Appellant maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep op 17 juni 2025 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling zag ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 21 juli 2025 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De bewaring van appellant door de minister wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.