ECLI:NL:RVS:2025:3310
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Verzoeker heeft op 28 mei 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Vervolgens verklaarde de minister op 2 december 2024 het bezwaar van verzoeker ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel bij uitspraak van 16 april 2025 door het beroep van verzoeker ongegrond te verklaren.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 21 juli 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.