ECLI:NL:RVS:2025:3312
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 12 november 2024 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat bij besluit van 14 januari 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 21 juli 2025 in aanwezigheid van griffier N. Capel LLM.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.