ECLI:NL:RVS:2025:3314
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
Appellant heeft bij besluit van 22 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die bij uitspraak van 8 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en heeft geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt integraal overgenomen, waarbij het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die een nadere motivering vereisen in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.