ECLI:NL:RVS:2025:3316
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 14 januari 2025 is afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de procedure voor een voorlopige voorziening niet geschikt is om het hoger beroep inhoudelijk te behandelen. Daarom werd besloten een voorlopige voorziening te treffen die voorkomt dat verzoeker wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 21 juli 2025 door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.