ECLI:NL:RVS:2025:3318
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG
Appellant verzocht om tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek bij besluit van 4 november 2022 af. Appellant maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 7 mei 2025.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen ontheemde is zoals bedoeld in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, omdat hij Oekraïne niet heeft verlaten als gevolg van de Russische militaire invasie, maar zich reeds eerder vrijwillig in een andere EU-lidstaat had gevestigd. Bovendien viel appellant niet onder de groep vreemdelingen die gelijkgesteld worden met ontheemden volgens de relevante bepalingen van het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingenwet.
De Raad van State vond dat verdere motivering niet noodzakelijk was, omdat het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.