ECLI:NL:RVS:2025:3333
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bij besluit van 22 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat bij besluit van 9 januari 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
Verzoeker verzocht tevens om het treffen van een voorlopige voorziening om de gevolgen van de afwijzing te verzachten tijdens de procedure van hoger beroep. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek beoordeeld op spoedeisend belang en inhoudelijke gronden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt en wees het verzoek af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 21 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.