ECLI:NL:RVS:2025:3337
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verblijfsvergunning asiel
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 20 maart 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd ingewilligd. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevat geen nieuwe rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de betreffende rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling is beantwoord in een eerdere uitspraak over de vaststelling van staatloosheid in de asielprocedure.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 juli 2025.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.