ECLI:NL:RVS:2025:334
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek bouw werktuigenberging vóór inwerkingtreding vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst verleende op 8 februari 2021 een omgevingsvergunning aan Dutch Dairy Genetics B.V. (DDG) voor het vergroten van een werktuigenberging. Appellant, wonend nabij het perceel, diende op 22 februari 2021 een verzoek tot handhaving in omdat de bouw al was gestart terwijl de vergunning nog niet in werking zou zijn getreden. Het college wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de bouw pas na afloop van de bezwaartermijn mocht beginnen, omdat de vergunning vermeldde dat voor het uitvoeren van een 'werk' de vergunning pas na de bezwaarperiode in werking trad. De Raad van State oordeelde dat de bouw van een werktuigenberging kwalificeert als het bouwen van een bouwwerk, niet als het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. De uitzondering in artikel 6.1, tweede lid, Wabo, geldt alleen voor het uitvoeren van een werk, niet voor bouwen van een bouwwerk.
De Raad van State bevestigde dat de vergunning direct na bekendmaking in werking trad voor het bouwen van de werktuigenberging en dat het college terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat er geen overtreding is gepleegd bij de bouw van de werktuigenberging.