ECLI:NL:RVS:2025:3405
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nadeelcompensatie wegens wegafsluiting bij aanleg rotondes in Capelle aan den IJssel
Appellante exploiteert een benzinestation in Capelle aan den IJssel en vorderde nadeelcompensatie wegens omzetverlies door de afsluiting van een gedeelte van de Burgemeester van Dijklaan tijdens de aanleg van twee rotondes van september 2021 tot juni 2022. Het college wees het verzoek af omdat de schade tot het normaal maatschappelijk risico behoort en er geen verkeersbesluit was genomen voor de afsluiting, waardoor bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen sprake was van processuele connexiteit; het verkeersbesluit van 30 augustus 2021 betrof andere maatregelen en niet de afsluiting zelf. Appellante stelde dat het handelen van het college als een impliciet verkeersbesluit moest worden aangemerkt, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat feitelijk handelen zoals het plaatsen van borden en informeren van omwonenden geen besluit in de zin van de Awb is.
Het college erkende dat het voor de tweede rotonde wel een verkeersbesluit had moeten nemen, maar dit was niet gebeurd. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke processuele connexiteit en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Afdeling adviseerde het college alsnog een verkeersbesluit te nemen en daarna een eventueel nieuw nadeelcompensatieverzoek inhoudelijk te behandelen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie wordt bevestigd.