ECLI:NL:RVS:2025:3433
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
Appellant, sinds 2000 in Nederland verblijvend met een verblijfsvergunning, verzocht om naturalisatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af vanwege twijfels over zijn identiteit en nationaliteit, gebaseerd op een taalanalyse van het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) en een onderzoek naar de echtheid van overgelegde documenten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, omdat appellant geen concrete aanwijzingen had geleverd die de rapporten konden weerleggen en niet aannemelijk had gemaakt in bewijsnood te verkeren. Ook vond de rechtbank dat de afwijzing niet onevenredig was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Afdeling bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.