ECLI:NL:RVS:2025:3469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 10 september 2024 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen en waarbij tevens ambtshalve uitstel van vertrek is geweigerd. De rechtbank heeft het door appellant ingestelde beroep tegen deze beslissing op 2 april 2025 ongegrond verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de minister gemeld dat appellant met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. Ondanks de gelegenheid daartoe heeft de gemachtigde van appellant geen contact meer opgenomen of informatie verstrekt over het voortduren van het belang bij het hoger beroep. De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 24 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek uit Nederland en gebrek aan belang.