ECLI:NL:RVS:2025:3502
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellant heeft bij besluit van 8 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die bij uitspraak van 23 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De Afdeling concludeert dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, aangezien de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden.
Een aanvullende grief die appellant na de termijn indiende, wordt buiten beschouwing gelaten omdat deze buiten de hogerberoepstermijn is ontvangen. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.