ECLI:NL:RVS:2025:3517
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 2 april 2025 een aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 4 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet ontvankelijk is, omdat appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon geen inhoudelijk oordeel over het hoger beroep worden gegeven.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. den Heyer op 28 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.