ECLI:NL:RVS:2025:3518
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na ongegrond beroep rechtbank
Op 13 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen.
Er zijn geen nieuwe vragen gesteld die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat verdere motivering achterwege blijft. Ook ambtshalve ziet de Afdeling geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.