ECLI:NL:RVS:2025:3520
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 2 april 2025 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 4 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet ontvankelijk was omdat appellant niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon geen inhoudelijk oordeel worden gegeven over het hoger beroep.
Als gevolg hiervan werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. den Heyer op 28 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.