ECLI:NL:RVS:2025:3530
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning en uitstel van vertrek
Appellant heeft op 5 februari 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en een verzoek om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen en het bezwaar van appellant tegen deze beslissing op 11 juni 2024 ongegrond verklaard.
Appellant heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die op 31 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep bevatte geen vragen die een nadere motivering vereisten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 31 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.