ECLI:NL:RVS:2025:3543
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt besluit CSG en kent aanvullende uitkering toe na brandstichtingen
Appellante vroeg een uitkering aan bij de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wegens psychisch letsel door brandstichtingen op 22 en 27 november 2022 bij haar woning. De CSG kende een uitkering toe voor de brandstichting van 22 november, maar wees de uitkering voor de brandstichting van 27 november af omdat zij toen niet thuis was en er geen direct levensgevaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Zij voerde onder meer aan dat de CSG onredelijke eisen stelde aan de diagnose en dat de brandstichting van 27 november wel degelijk een geweldsmisdrijf tegen haar was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de CSG terecht eisen stelt aan de bevoegdheid van hulpverleners voor het vaststellen van letselcategorieën. Wel achtte de Afdeling de CSG en rechtbank onjuist in de beoordeling van de brandstichting van 27 november 2022. Gezien de eerdere brandstichting achtte de Afdeling aannemelijk dat ook deze brandstichting gericht was op het veroorzaken van direct levensgevaar of ernstig fysiek letsel.
De Afdeling vernietigde het besluit van 16 augustus 2023 en bepaalde dat appellante een aanvullende uitkering van € 2.500,00 ontvangt conform letselcategorie 2. Tevens veroordeelde zij de CSG tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State kent appellante een aanvullende uitkering van € 2.500 toe voor de brandstichting van 27 november 2022.