ECLI:NL:RVS:2025:3551
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- J.Th. Drop
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitsluiting student wegens fraude met ongeoorloofd AI-gebruik
De examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam verklaarde een schrijfopdracht van appellante ongeldig wegens fraude door ongeoorloofd gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) en sloot haar uit van tentamens gedurende een half jaar. Het College van beroep voor de examens (CBE) bevestigde dit besluit. Appellante stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de voorzitter van het CBE, die een dienstverband had bij de universiteit en voorzitter was van de opleidingscommissie van de Nederlandstalige masters, niet bevoegd was om uitspraak te doen, waardoor het besluit van het CBE vernietigd werd. De Afdeling stelde echter vast dat het fraudebesluit zelf zorgvuldig en gemotiveerd was genomen, dat buiten redelijke twijfel vaststond dat appellante fraudeerde door ongeoorloofd AI-gebruik, en dat de sanctie proportioneel was.
De Afdeling concludeerde dat ondanks de vernietiging van het CBE-besluit de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven. Tevens werden het CBE en de examencommissie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het College van beroep voor de examens wordt vernietigd wegens onbevoegdheid voorzitter, maar de sanctie wegens fraude blijft in stand.