ECLI:NL:RVS:2025:3562
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatieverzoek institutionele vooringenomenheid toeslagen 2015-2018
Deze uitspraak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van haar verzoek tot compensatie vanwege vermeende institutionele vooringenomenheid bij de vaststelling van kinderopvangtoeslag over de jaren 2015 tot en met 2018.
De Dienst Toeslagen had het verzoek aanvankelijk afgewezen na advies van de Commissie van Wijzen, omdat geen fouten of institutioneel vooringenomen handelen waren vastgesteld. Ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de Dienst Toeslagen niet institutioneel vooringenomen heeft gehandeld. De vaststelling van de toeslag was gebaseerd op door de kinderopvangorganisatie verstrekte gegevens, en de appellant was in de gelegenheid gesteld om aanvullende informatie te verstrekken via vraagbrieven. De vermeende stopzetting van de toeslag in 2017 was slechts een korte systeemmelding zonder feitelijke stopzetting.
De Afdeling verwierp ook het beroep op de hardheidsregeling, omdat de terugvordering voortkwam uit een afwijking in het aantal uren kinderopvang en dit niet als bijzondere omstandigheid geldt. Verder werd het betoog dat door registratie op een fraudelijst geen persoonlijke betalingsregeling werd verleend, niet gevolgd.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het compensatieverzoek bevestigd.