ECLI:NL:RVS:2025:358
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 15 oktober 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 17 december 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 januari 2025 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, welke verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van een derde.
Deze voorlopige voorziening is getroffen gelet op de belangen van de vreemdeling en de noodzaak om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat het hoger beroep is afgerond. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga in aanwezigheid van griffier S.P.M. Zwinkels.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.