ECLI:NL:RVS:2025:3585
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- J.Th. Drop
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen uitsluiting student wegens fraude met AI-bronnen bij universitaire opdracht
Een student Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam werd door de examencommissie gesanctioneerd wegens fraude bij de opdracht Jurisprudentie- en Literatuuronderzoek. De commissie stelde vast dat bronnen in zijn opdracht niet bestonden en dat hij ongeoorloofd gebruik had gemaakt van AI. Hierdoor werd zijn opdracht ongeldig verklaard en werd hij uitgesloten van eerste-kans tentamens van twee vakken.
De student stelde beroep in tegen deze besluiten en voerde onder meer aan dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad zich te verdedigen, dat de motivering ontbrak en dat de fraude niet buiten redelijke twijfel was vastgesteld. De Raad van State overwoog dat de student tijdig en volledig geïnformeerd was, dat de motivering uiteindelijk voldoende was gegeven, en dat het bewijs van fraude overtuigend was, mede doordat de student zelf het gebruik van AI erkende.
Ook oordeelde de Raad dat de sanctie niet onevenredig was, ondanks de herkwalificatie van fraude naar ernstige fraude door het College van beroep voor de examens. De student kon zijn studie zonder studievertraging afronden door herkansingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de examencommissie en het College werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de student tegen de uitsluiting wegens fraude met AI-bronnen wordt ongegrond verklaard.