ECLI:NL:RVS:2025:360
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod en bewaring vreemdeling
Bij besluit van 13 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Tevens is de vreemdeling op die datum in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 december 2024 de beroepen ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep onderzocht en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hogerberoepschrift bevat geen nieuwe vragen die beantwoorden noodzakelijk maken in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.