ECLI:NL:RVS:2025:3606
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
Betrokkene had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid meerdere keren een aanvraag ingediend voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Deze aanvragen werden op 24 maart 2019 en 1 december 2022 afgewezen, en de daaropvolgende bezwaren werden op 20 december 2023 ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde op 5 juni 2025 de beroepen van betrokkene gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister binnen zestien weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling op dit moment.
Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 1 augustus 2025.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.