ECLI:NL:RVS:2025:361
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit machtiging voorlopig verblijf
Bij besluit van 30 mei 2022 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 11 december 2024 en bepaalde dat de minister binnen acht weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en besluit dat geen voorlopige voorziening wordt getroffen. Het verzoek wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,00 aan de vreemdelingen voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.