ECLI:NL:RVS:2025:3616
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 12 juli 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 maart 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die het oordeel van de rechtbank zouden moeten wijzigen en dat het motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek eenvoudig te herstellen is.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00 die betrokkene had gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 5 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.