ECLI:NL:RVS:2025:3617

Raad van State

Datum uitspraak
4 augustus 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000774
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring gemeenschapsonderdaan

Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van appellant als gemeenschapsonderdaan beëindigd en hem ongewenst verklaard. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt dat op 29 april 2024 ongegrond is verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank op 28 mei 2025 het beroep van verzoeker tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond.

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat uit het verzoek niet blijkt dat er sprake is van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Daarom is het verzoek afgewezen en is de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 4 augustus 2025 in aanwezigheid van griffier S. van Driesten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

BRS.25.000774
Datum uitspraak: 4 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 28 mei 2025 in zaak nr. NL24.21671 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van appellant als gemeenschapsonderdaan beëindigd en hem ongewenst verklaard.
Bij besluit van 29 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van verzoeker tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.        Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. van Driesten, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Van Driesten
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2025
1021