ECLI:NL:RVS:2025:3617
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring gemeenschapsonderdaan
Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van appellant als gemeenschapsonderdaan beëindigd en hem ongewenst verklaard. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt dat op 29 april 2024 ongegrond is verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank op 28 mei 2025 het beroep van verzoeker tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond.
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat uit het verzoek niet blijkt dat er sprake is van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom is het verzoek afgewezen en is de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 4 augustus 2025 in aanwezigheid van griffier S. van Driesten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.