ECLI:NL:RVS:2025:3618
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 31 december 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die op 11 juli 2025 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde voor zover de minister niet had beslist op het verzoek om heroverweging.
Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 4 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.