ECLI:NL:RVS:2025:3619
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij intrekking voorlopige voorziening in administratief beroep onderwijs
Verzoeker stelde administratief beroep in bij het College van Beroep voor de Examens (CBE) van de Universiteit van Amsterdam tegen een beslissing van de examencommissie Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij kon deelnemen aan geplande tentamens.
Nadat de voorzitter van het CBE contact had opgenomen met de examencommissie, werd verzoeker toestemming gegeven om de tentamens af te leggen onder de voorwaarde dat deze pas worden nagekeken als het beroep gegrond wordt verklaard. Hiermee was het verzoek geheel ingewilligd, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening ook bij de voorzitter van het CBE kon worden ingediend en dat het in het belang van een snelle en deskundige beoordeling ligt dat eerst bij de voorzitter wordt gevraagd. De voorzieningenrechter veroordeelde de examencommissie tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, waarbij de vergoeding werd gematigd naar het tarief van administratief beroep.
Uitkomst: De examencommissie van de Universiteit van Amsterdam is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.