ECLI:NL:RVS:2025:3627
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring door minister van Asiel en Migratie
Appellant werd op 23 juni 2025 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat appellant niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist was.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.