ECLI:NL:RVS:2025:3639
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie wees op 20 december 2024 de aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is op 1 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.Th. Drop.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.