ECLI:NL:RVS:2025:3642
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na hoger beroep
Appellant is door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld bij besluit van 4 maart 2025. Tegen dit besluit heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank zonder nadere motivering.
De Afdeling zag ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 6 augustus 2025.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.