ECLI:NL:RVS:2025:3709
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onbetrouwbaarheid na rijden onder invloed
Appellant betwistte de intrekking van zijn toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten door de korpschef, vanwege een incident waarbij hij op 15 mei 2022 werd betrapt op rijden onder invloed van harddrugs met gevaarlijk rijgedrag.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de korpschef terecht de betrouwbaarheid van appellant onvoldoende achtte, waarbij alle gedragingen, ook uit de privésfeer, meewegen. De intrekking werd als noodzakelijk en passend beschouwd om de veiligheid en goede naam van de beveiligingsbranche te waarborgen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de intrekking disproportioneel was en dat de korpschef onvoldoende rekening had gehouden met het eenmalige karakter van het incident en zijn lange onberispelijke verleden. Ook stelde hij dat de motivering onvoldoende was en dat de gedragingen uit de privésfeer niet relevant waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. Zij bevestigde dat de korpschef discretionaire bevoegdheid heeft en dat een belangenafweging plaatsvindt. De intrekking was passend en noodzakelijk gezien het gevaarlijk rijgedrag en de korte tijd sinds het incident. Ook is het toegestaan om gedragingen uit de privésfeer mee te nemen als deze relevant zijn voor de betrouwbaarheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden aan appellant wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid na rijden onder invloed.