ECLI:NL:RVS:2025:372
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en afwijzing hoger beroep vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 november 2022 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en haar aanvraag voor een nieuwe vergunning afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 28 mei 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze terecht en op goede gronden was genomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters op 31 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.