ECLI:NL:RVS:2025:3736
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening over opschorting nieuw besluit op bezwaar in vreemdelingenopvang
Betrokkene werd geïnformeerd dat zijn opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 17 oktober 2023 zou worden beëindigd. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen deze beëindiging ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat zij geen nieuw besluit op bezwaar hoefde te nemen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep had beslist. Betrokkene en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam gaven schriftelijke uiteenzettingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de belangen van partijen de voorlopige voorziening toewijsbaar was en bepaalde dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.